Innoveren kun je (samen) leren!

Sociale innovatie als sleutel tot duurzame verandering: samen leren, samen groeien. – door Lars Hennissen

5 april 2021

De enige constante is verandering

Van:

Heraclitus

Hoewel bovenstaande quote al meer dan 2000 jaar oud is, is deze onverminderd relevant. De moderne maatschappij staat immers bol van de veranderingen. Nieuwe producten en technologieën volgen elkaar tegenwoordig in extreem hoog tempo op. Het toegenomen tempo van verandering creëert aan de ene kant grote uitdagingen voor mensen. Zij moeten continue op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen, hun kennis over allerlei technologieën up-to-date houden en blijven voldoen aan de verwachtingen die de moderne, digitale maatschappij hen stelt.

Aan de andere kant lijkt de impact op bedrijven organisaties zelfs nog groter! Hun overlevingsvermogen en de succeskansen van organisaties worden in toenemende mate beïnvloed door de mate waarin (en de snelheid waarmee) zij zich aanpassen aan veranderende marktomstandigheden. Denk daarbij aan nieuwe consumentenbehoeften, moderne technologieën en toetredende concurrenten. Kortom, het vermogen om je aan te passen aan veranderende omstandigheden en te innoveren is voor alle organisaties (profit én non-profit!) een cruciale competentie! In deze blog ga ik daarom in op het innovatievermogen van organisaties en beantwoord ik de vraag hoe je je organisaties innovatief inricht.

Onder ‘innoveren’ versta ik het ontwerpen, ontwikkelen en introduceren van nieuwe producten, diensten of ideeën in de markt, met als doel waarde te creëren voor de klant én de eigen organisatie (Innovation Measurement, 2007, p.18627). Het introduceren van nieuwe producten en diensten is voor organisaties op verschillende manieren van toegevoegde waarde.

Allereerst biedt innovatie organisaties de kans om nieuwe markten aan te boren, haar productiviteit te verhogen én een onderscheidend merkimago te creëren. Daarnaast blijken organisaties succesvoller als zij regelmatig nieuwe producten en diensten op de markt brengen. Kunnen we organisaties met een continue stroom aan innovaties daarom automatisch innovatief noemen? Mijn antwoord is een volmondig ‘nee’. Want hoewel een geslaagd innovatieproces op korte termijn misschien reden is voor een feestje, is dit niet waar het écht om draait.

De heilige graal van innovatie ligt namelijk in het vermogen van de organisatie om voortdurend nieuwe innovatieprocessen te initiëren en te doorlopen en steeds weer opnieuw succesvol nieuwe producten en diensten op de markt te brengen. Op lange termijn is het vermogen tot innoveren véél belangrijker dan de vraag of de eerstvolgende innovatie van het bedrijf succesvol is. Om een organisaties daadwerkelijk innovatief te noemen, is het daarom cruciaal je te richten op het optimaal organiseren van innovatieprocessen en het faciliteren hiervan door middel van een passende organisatiestructuur en -cultuur.

Succesvolle innovaties: ultiem doel of
slechts een middel?

Innovatiesucces

Doordat veranderingen elkaar sneller opvolgen, is het succes van een onderneming steeds meer afhankelijk van hoe de organisatie met verandering omgaat. Veel organisaties leggen in hun innovatie- en veranderprocessen te veel nadruk op harde, puur technologische factoren van innovatie.

Technologische innovatie is weliswaar prima voor het creëren van nieuwe kennis, maar het snel en optimaal benutten hiervan vraagt om sociaal innoveren. Veel bedrijven richten zich echter primair op het ontwikkelen van nieuwe kennis en kunde en investeren fors in technologische kennis en R&D, maar verliezen daarbij de menselijke- en organisatorische factoren uit het oog!

Echter zijn deze factoren doorslaggevend voor het succes van innovatieprojecten en het innovatieklimaat van organisaties. Henk Volberda (professor aan de Erasmus Universiteit Rotterdam) stelt niet voor niets dat technologische innovatie slechts 25% van het innovatiesucces bepaalt, tegenover 75% door sociale innovatie en innovatief organiseren (Volberda et al., 2011)!

Maar wat is sociale innovatie nu precies? Ik beschouw sociaal innoveren als een manier van organiseren waarin werknemers (en teams) zoveel mogelijk zelfsturend werken. Zij worden actief betrokken bij besluitvorming en innovatieprocessen. Hun autonomie, creativiteit en ondernemerschap worden door de organisatie gestimuleerd. Er is voortdurende aansporing om jezelf te ontwikkelen en buiten de gebaande paden te denken. Dankzij deze bottom-up structuur en het stimuleren van out-of-the-box denken, komen werknemers tot nieuwe ideeën en kan de opgedane kennis vervolgens worden geïntegreerd en toegepast.

Sociale innovatie?

Samenwerking creëert vliegwieleffect voor innovatieprocessen

Zoals hierboven beschreven, is het voor succesvolle innovatieprocessen essentieel dat medewerkers in hun kracht staan. Ze hebben ruimte nodig om zelf met nieuwe ideeën te komen. Dit effect versterk je door het faciliteren van (horizontale én verticale) samenwerking binnen de organisatie. Door medewerkers onderling te laten samenwerken, benut je de diversiteit aan kennis, expertise en competenties optimaal. Multidisciplinaire teams met medewerkers van verschillende afdelingen, met verschillende achtergronden borduren bovendien voort op elkaars ideeën. Daardoor voegen ze vanuit hun eigen achtergrond unieke waarde toe aan bestaande concepten en nieuwe ideeën.

In het ideale team zitten echter niet alleen medewerkers van de organisatie zelf. Door samenwerking met externe partijen versterk je het vliegwieleffect namelijk verder. Het innovatievermogen van de organisatie verbetert zo exponentieel. Het betrekken van bijvoorbeeld leveranciers, distributeurs of klanten breekt het innovatieproces volledig open. Daardoor gaan mensen buiten de gebaande paden denken en wordt daadwerkelijk ‘open’ geïnnoveerd.

De toegevoegde waarde van deze externe partijen ligt niet alleen in numerieke zin (‘twee weten meer dan één’) of in hun verscheidenheid (‘mensen met verschillende achtergronden komen tot meer diverse ideeën’). Zij kunnen ook beter buiten de bestaande kaders denken (Schreier, Fuchs & Dahl, 2012). Werknemers denken als gevolg van hun (jarenlange) ervaring binnen de organisatie veelal binnen bepaalde patronen. Hun creativiteit wordt bewust of onbewust beperkt door de grenzen die de organisatie hen oplegt. ‘Externen’ (zoals bijvoorbeeld afnemers) worden daarentegen niet geremd door voorkennis of binnen de organisatie geaccepteerde richtlijnen en verwachtingen. Ze zijn volledig vrij in hun denken, waardoor zij nieuwe elan brengen in het innovatieproces.

Juist nu, in een tijd waarin sociale netwerken, wiki’s, user generated content en internetforums gemeengoed zijn, liggen er kansen om het innovatieproces volledig open te gooien en samen op te trekken met externe partijen. Deze technieken maken het immers mogelijk om snel en goedkoop een groot bereik te genereren en de input van een groot aantal partijen bijeen te brengen (Schreier, Fuchs & Dahl, 2012). Netwerken (groepen mensen met uiteenlopende kennis, vaardigheden en achtergronden) bieden daardoor de kans om het innovatieproces sneller en beter te doorlopen. Beter dan wanneer geïsoleerde R&D’ers in hun ivoren toren blijven zitten om zelfstandig innovaties te ontwikkelen.

Innovatie = co-creatie

Conclusie

Steeds meer organisaties, van gemeenten tot computerfabrikanten en van banken tot ziekenhuizen, zien het toenemende belang van innovatie. Het verbetert hun prestaties, daarom richten zij zich op het verhogen van hun innovatievermogen. Daarbij focussen zij echter nog altijd op de harde, technologische aspecten van innovatie zoals R&D-uitgaven en kenniscreatie. De menselijke en organisatorische (‘sociale’) aspecten van innoveren zijn echter vele malen belangrijker voor hun innovatievermogen en lange termijn succes.

Concreet gezegd: organisaties moeten meer aandacht geven aan drie aspecten van sociale innovatie. Ten eerste: geef werknemers voldoende autonomie en eigen verantwoordelijkheid. Zo hebben zij de vrijheid om nieuwe ideeën te ontwikkelen. Ten tweede: samenwerking is cruciaal voor het innovatieproces. Meer mensen betekent namelijk meer ideeën. Bovendien leiden meer diverse mensen (met verschillende achtergronden en functieprofielen) tot meer diverse ideeën. Ten slotte zoek je de samenwerking op met externe partners en netwerken. Zo benut je aanwezige kennis en kunde buiten de organisatie ook optimaal.

Kortom: het échte gat in de markt dicht je niet met veelbelovende prototypes, fundamenteel onderzoek of interne R&D-activiteiten, maar door middel van sociale innovatie!

Literatuurlijst
Schreier, M., Fuchs, C., & Dahl, D.W. (2012) The Innovation Effect of User Design: Exploring Consumers’ Innovation Perceptions of Firms Selling Products Designed by Users. Journal of Marketing, 76 (5), 18-32.
Innovation Measurement (April 13, 2007). 72 Federal Register, 18561-18846.
Mansfeld, J. (2006). Aldus sprak Heraclitus. De fragmenten. Groningen: Historische Uitgeverij Groningen.
Volberda, H.W., Jansen, J., Tempelaar, M., & Heij, K. (2011). Monitoren van sociale innovatie: slimmer werken, dynamisch managen en flexibel organiseren. Tijdschrift voor HRM, 14, 85-110.

Neem vrijblijvend
contact op

Nieuwsbrief
Privacyverklaring en toestemming